Transthyretine (TTR) is een tetrameer eiwit dat in de lever wordt aangemaakt en dient om thyroxine en retinol in het plasma te transporteren.
Bij patiënten met ATTR kunnen onstabiele TTR-tetrameren door genetische mutaties of de ouderdom uiteenvallen en op een foute manier plooien, waardoor ze amyloïde fibrillen vormen. Die vezels kunnen zich dan in het hele lichaam ophopen in weefsels en organen en een hele reeks symptomen uitlokken.3,7-9