Medische illustratie van een menselijk bovenlichaam ter illustratie van chronische obstructieve longziekte (COPD).

COPD: Praktische aanbevelingen voor cardiopulmonale risico’s – Belgische expertconsensus

Belgische expertconsensus over cardiopulmonaal risico bij COPD

Cardiopulmonaal risico, het gecombineerde risico op ernstige respiratoire en cardiovasculaire aandoeningen

COPD gaat gepaard met een verhoogd risico op zowel respiratoire complicaties als cardiovasculaire aandoeningen, waaronder exacerbaties, cardiovasculaire events en vroegtijdige mortaliteit. Dit gecombineerde risico wordt omschreven als het cardiopulmonaal risico. Tot 70% van de COPD-patiënten ontwikkelt cardiovasculaire aandoeningen, die bovendien een belangrijke doodsoorzaak vormen binnen deze populatie. Vooral na een acute COPD-exacerbatie stijgt het cardiopulmonaal risico aanzienlijk, met een verhoogd risico op cardiovasculaire complicaties dat tot een jaar na de exacerbatie kan aanhouden.


Hoewel België beschikt over een toegankelijk zorgsysteem, scoort de Belgische COPD-zorg relatief zwak in internationale vergelijkingen (Global COPD Index: 31e van 34 landen1). COPD behoort tot de top tien doodsoorzaken en veroorzaakt in België jaarlijks naar schatting €5 miljard aan kosten. Belangrijke knelpunten zijn onderdiagnose, gebrek aan systematische evaluatie en een suboptimale aanpak van comorbiditeiten, waaronder het cardiopulmonaal risico.


Om deze uitdagingen aan te pakken, werd in 2025 een nationale multidisciplinaire expertconsensus opgesteld. Een groep huisartsen, pneumologen, cardiologen, apothekers en epidemiologen baseerde zich daarbij op de meest recente literatuur en internationale richtlijnen waaronder GOLD.2 Onder leiding van Dr. Naomi Michotte en Dr. Rudi Peché resulteerde dit in de eerste Belgische publicatie die het cardiopulmonaal risico expliciet centraal stelt binnen de COPD zorg.3

Waarom deze consensus belangrijk is

  • Het cardiopulmonaal risico wordt in de dagelijkse praktijk nog te vaak onvoldoende herkend bij COPD-patiënten
  • Elke exacerbatie telt: exacerbaties zijn sterke voorspellers van cardiovasculaire aandoeningen en gaan gepaard met een verhoogd risico op mortaliteit
  • Vroege risicodetectie en geïntegreerde aanpak van respiratoire en cardiovasculaire comorbiditeiten verminderen complicaties en verbeteren de prognose
  • Praktische tools (algoritmes, checklists, zorgpaden) ondersteunen zorgprofessionals bij het herkennen van hoogrisicopatiënten en bij een gestructureerde aanpak in de eerste lijn, tijdens hospitalisatie en in de postexacerbatiefase

Deze webpagina bundelt de belangrijkste aanbevelingen uit de Belgische consensus, zodat zorgprofessionals snel inzicht krijgen in het herkennen van hoogrisicopatiënten, het optimaliseren van doorverwijzing en het verbeteren van opvolging na COPD-exacerbaties.

 

Naar geïntegreerde COPD-zorg in België

Deze Belgische consensus paper over het cardiopulmonaal risico bij COPD biedt zorgprofessionals praktische handvatten om dit risico tijdig te herkennen, multidisciplinair te behandelen en de opvolging na COPD-exacerbaties beter te coördineren. De implementatie van dit kader kan bijdragen aan het verminderen van exacerbaties, het verbeteren van cardiovasculaire uitkomsten en het versterken van multidisciplinaire COPDzorg in België.

Vroegtijdige detectie en registratie



Cardiopulmonaal risicobeheer bij hospitalisatie voor acute COPD-exacerbaties

Nazorg en follow-up na een acute COPD-exacerbatie


Vroegtijdige detectie en registratie van cardiopulmonaal risico in de eerste lijn

Een verschuiving van reactieve naar proactieve COPD-zorg is noodzakelijk om exacerbaties en cardiopulmonale events te verminderen

Vroegtijdige detectie van het cardiopulmonaal risico is belangrijk, ook bij milde COPD. Als eerste aanspreekpunt spelen huisartsen een sleutelrol in detectie, behandeling en tijdige doorverwijzing. Apothekers ondersteunen aanvullend door therapietrouw en inhalatietechniek te optimaliseren.


Exacerbaties blijven vaak onder de radar omdat patiënten deze niet altijd melden. Dit kan te maken hebben met een gebrek aan ziekte-inzicht, het normaliseren van symptomen, zelfmedicatie, angst voor hospitalisatie, schuldgevoelens, of terughoudendheid om bijkomende medicatie op te starten. Educatie over alarmsignalen bij exacerbaties en consequent gebruik van duidelijke termen zoals “exacerbatie” of “longaanval” tijdens consultaties helpt patiënten sneller en accurater te rapporteren.


Belangrijke aandachtspunten voor de eerstelijnszorg

  • Systematische registratie van exacerbaties
  • Frequent gebruik van kortwerkende bronchodilatoren kan instabiliteit signaleren
  • Routinematige screening van cardiovasculaire risicofactoren en comorbiditeiten bij COPD-patiënten

Behandeling, opvolging en verwijzing in de eerste lijn

Het onderstaande schema toont het aanbevolen zorgpad voor COPD‑patiënten met een ambulante exacerbatie. In de eerste lijn start de evaluatie van respiratoire klachten vaak vanuit aspecifieke symptomen, waardoor een gestructureerde aanpak essentieel is.


Kernaspecten van kwalitatieve COPD-zorg in de eerste lijn

  • Spirometrie blijft de gouden standaard voor de diagnose en follow-up van COPD 
  • Rookstop is de meest effectieve interventie om ziekteprogressie te vertragen
  • Farmacologische behandeling volgt internationale richtlijnen, waaronder GOLD2
  • Vaccinatiestatus, fysieke activiteit en mogelijke beroepsmatige blootstellingen moeten systematisch geëvalueerd worden om bijkomende risico's te beperken
  • Medicatiereview, therapietrouw en inhalatietechniek zijn cruciale onderdelen van kwalitatieve opvolging
  • Cardiovasculaire comorbiditeiten zoals diabetes, hypercholesterolemie, hypertensie, overgewicht worden best proactief opgespoord en behandeld
  • Een forse toename van respiratoire symptomen, frequente exacerbaties of een vermoeden van cardiovasculaire comorbiditeiten/complicaties zijn “Red Flags” die moeten leiden tot tijdige doorverwijzing naar pneumoloog en/of cardioloog 

Aanbevolen verwijzings- en communicatieroutes voor COPD patiënten met een voorgeschiedenis van een ambulante exacerbatie

Klinische infographic waarin de zorgtrajecten in de eerstelijns- en tweedelijnszorg voor chronische obstructieve longziekte (COPD) worden vergeleken Klinische infographic waarin de zorgtrajecten in de eerstelijns- en tweedelijnszorg voor chronische obstructieve longziekte (COPD) worden vergeleken

Opmerking: R verwijst naar "Red flags" voor doorverwijzing en/of interdisciplinaire communicatie 

  • R1: van huisarts naar cardioloog en/of pneumoloog
  • R2: van apotheker naar huisarts en/of pneumoloog
  • R3: tussen pneumoloog en cardioloog (bidirectioneel)

Afkortingen: COPD, chronic obstructive pulmonary disease (chronische obstructieve longziekte); ECG, elektrocardiogram; FEV₁, forced expiratory volume in 1 second (geforceerd expiratoir volume in één seconde); ICS, inhalatiecorticosteroïden; mMRC, modified Medical Research Council (dyspneuschaal); NT‑proBNP, N‑terminaal pro‑B‑type natriuretisch peptide

Cardiopulmonaal risicobeheer bij hospitalisatie voor acute COPD-exacerbaties

Diagnostiek en triage bij acute COPD-exacerbatie op de spoedafdeling

Elke acute (ernstige) COPD-exacerbatie die leidt tot hospitalisatie moet aanleiding geven tot een systematische triage van het cardiopulmonaal risico. Hierbij is het essentieel om concomitante cardiovasculaire aandoeningen tijdig te herkennen of uit te sluiten, én om alternatieve oorzaken van acute respiratoire achteruitgang, zoals pneumonie of longembolie, na te gaan. Dit gebeurt op basis van gerichte klinische evaluatie, relevante biomarkers en gerichte aanvullende diagnostiek. 


De initiële diagnostiek en evaluatie bij een klinisch vermoeden van acute COPD-exacerbatie op de spoedafdeling omvat doorgaans

  • Laboratoriumonderzoek, inclusief cardiovasculaire biomarkers
  • Arteriële bloedgasanalyse
  • ECG
  • Thoraxradiografie

Behandeling, opvolging en verwijzing van COPD-patiënten met een acute exacerbatie

Het onderstaande schema toont het aanbevolen zorgpad voor COPD-patiënten met een acute exacerbatie.


Het verdere behandelbeleid na spoedopname van de COPD-patiënt wordt afgestemd op het geschatte cardiovasculaire risico

  • Laag risico: opname op pneumologieafdeling volstaat
  • Hoog risico: opname op pneumologieafdeling met aanbevolen cardiologische evaluatie tijdens hospitalisatie, eventueel met aanvullende onderzoeken zoals transthoracale echocardiografie (TTE)
  • Acuut cardiovasculair event als hoofddiagnose of als bijkomende diagnose naast de COPD-exacerbatie: opname op de cardiologie-afdeling, met pneumologische betrokkenheid voor optimale COPD-zorg

 

Optimalisatie van de COPD zorg tijdens hospitalisatie

Evaluatie van de huidige COPD-behandeling en nazicht van richtlijnconforme therapie volgens de GOLD-richtlijnen2, met aandacht voor:

  • Therapieescalatie op basis van biomarkers, zoals bloed-eosinofielen
  • Optimalisatie van inhalatietechniek en therapietrouw
  • Rookstopbegeleiding
  • Radiologische (re)evaluatie bij klinische achteruitgang

 

Aanvullende interventies zoals pulmonale revalidatie, fysiotherapie, voedingsadvies en profylactische laagmoleculaire heparines kunnen aangewezen zijn.


Aanpak cardiovasculaire comorbiditeiten

Cardiovasculaire comorbiditeiten, zoals diabetes, hypercholesterolemie, hypertensie, antistolling, hartfalen, worden behandeld volgens geldende richtlijnen. Voor ontslag wordt een evaluatie van het cardiovasculair risico aanbevolen, met controle van relevante parameters (zoals LDL, HbA1c, cardiovasculaire biomarkers en ECG) en aandacht voor detectie van nieuwe aritmieën of tekenen van acute cardiale pathologie.

Aanbevolen verwijzings- en communicatieroutes voor COPD-patiënten met een acute (ernstige) exacerbatie tijdens hospitalisatie
Infographic van het klinische traject waarin de behandeling in het ziekenhuis en de planning van het ontslag voor patiënten met COPD worden beschreven, met de nadruk op de beoordeling van het cardiovasculaire risico. Infographic van het klinische traject waarin de behandeling in het ziekenhuis en de planning van het ontslag voor patiënten met COPD worden beschreven, met de nadruk op de beoordeling van het cardiovasculaire risico.

Afkortingen: COPD, chronic obstructive pulmonary disease (chronische obstructieve longziekte); CT, computertomografie; CV, cardiovasculair; ECG, elektrocardiogram; hstroponines, highsensitivity troponines; NTproBNP, Nterminaal proBtype natriuretisch peptide; TTE, transthoracale echocardiografie

Nazorg en follow-up na een acute COPD-exacerbatie

Gestructureerde nazorg en follow-up na een acute COPDexacerbatie is essentieel om het herstel te bevorderen en het risico op nieuwe cardiopulmonale complicaties (zoals heropnames, nieuwe exacerbaties, cardiovasculaire complicaties en vroegtijdig overlijden) te verminderen.

Ontslagplanning na een acute COPD-exacerbatie

Systematische evaluatie bij ontslag


Bij ontslag wordt een systematische evaluatie aanbevolen, waarbij de volgende elementen worden opgenomen in een gestructureerde ontslagbrief:

  • Optimalisatie van COPD-behandeling en controle van inhalatietechniek
  • Rookstopbegeleiding en evaluatie van vaccinatiestatus
  • Evaluatie en optimalisatie van behandeling van relevante comorbiditeiten
  • Inschatting van de noodzaak tot pulmonale revalidatie of zuurstoftherapie
  • Duidelijke follow-up afspraken voor huisarts, pneumoloog en zo nodig cardioloog
  •  

Patiënteneducatie

Patiënteneducatie vormt een vaste component van de ontslagprocedure: informeer patiënten over alarmsignalen en moedig hen aan om elke verergering van respiratoire klachten onmiddellijk te melden.

Follow-up na ontslag bij acute COPD-exacerbatie

Het onderstaande schema beschrijft het aanbevolen zorgpad en de optimale opvolgtimings voor patiënten die ontslagen zijn na een acute COPD-exacerbatie.


Opvolgfrequentie na ontslag

  • Huisarts: vroege klinische en medicamenteuze opvolging binnen 1-4 weken 
  • Pneumoloog: volledige respiratoire evaluatie binnen 3 maanden 
  • Cardiologie: gerichte follow-up bij verhoogd cardiopulmonaal risico (zie schema)


Persisterende dyspneu, nieuwe exacerbaties, cardiovasculaire symptomen of problemen met inhalatietechniek of medicatiegebruik vormen "Red Flags" die aanleiding moeten geven tot tijdige doorverwijzing en herevaluatie door pneumoloog en/of cardioloog. 

Aanbevolen verwijzings- en communicatieroutes voor nazorg van COPD patiënten met een acute (ernstige) exacerbatie tijdens hospitalisatie
Infographic van het verloop van de nazorg voor COPD- patiënten na ontslag uit het ziekenhuis Infographic van het verloop van de nazorg voor COPD- patiënten na ontslag uit het ziekenhuis

Opmerking: R verwijst naar "Red flags" voor doorverwijzing en/of interdisciplinaire communicatie:


R1: van de huisarts naar de pneumoloog (ongecontroleerde symptomen, zelfmedicatie, slechte inhalatietechniek)
R2: van de huisarts naar de cardioloog (onvoldoende controle van cardiovasculaire risicofactoren)
R3: van de pneumoloog naar de cardioloog (angina pectoris of klinische tekenen van hartfalen, herhaalde exacerbaties, disproportionele dyspneu)
R4: van de cardioloog naar de pneumoloog (onverklaarde of persisterende dyspneu ondanks optimale cardiovasculaire behandeling, frequente COPDexacerbaties, eerder niet gekende SpO₂ <90%).


Afkortingen: CT, computertomografie; CV, cardiovasculair; SpO₂, perifere zuurstofsaturatie

Referenties:

  1. Global COPD Index, Belgian report. Respiratory Health Initiative 2025. Available from: https://cdn.prod.website-files.com/68d3dc01c0cf0c2f0a74b417/691c3b4de55a9eee5ff89982_Final%20COPD%20Expansion%20Report.pdf. 
  2. Global Initiative for Chronic Obstructive Lung Disease (GOLD). Global Strategy for the Diagnosis, Management, and Prevention of Chronic Obstructive Pulmonary Disease: 2025 Report. GOLD; 2025. Available from: https://goldcopd.org/2025-gold-report/..
  3. Michotte N, Demeure F, Guiot J, et al. Optimizing COPD Care in Belgium: A Multidisciplinary Expert Consensus on Cardiopulmonary Risk Management. International Journal of Chronic Obstructive Pulmonary Disease. 2026;21(null):1-20.10.2147/COPD.S578651..

 

NS ID XL-6231-Revision date 05/2026-WEB Local code 989