Chronische nierziekte (CNI, of CKD in het Engels voor chronic kidney disease) is een progressieve aandoening die wordt gekenmerkt door structurele en functionele veranderingen van de nier.1 Meer dan 10% van de wereldbevolking lijdt aan CNI, en in 2024 werd er geschat dat ongeveer 1,1 miljoen Belgen eraan lijden.2,3 Toch zijn 9 op de 10 mensen met deze aandoening zich er niet bewust van dat ze ziek zijn.3
Het sterftecijfer door CNI is tussen 1990 en 2017 met 41,5% gestegen en naar verwachting zal CNI tegen 2040 wereldwijd de vijfde belangrijkste doodsoorzaak zijn.2,4
Chronische nierziekte kan door vele oorzaken ontstaan, maar is vaak een gevolg van suikerziekte (diabetes mellitus) en hoge bloeddruk (hypertensie).1,13 Ongeveer 1 op de 3 volwassenen met diabetes mellitus en 1 op de 5 met hypertensie ontwikkelt CNI.6
CNI is op een bidirectionele manier verbonden met hartfalen: het verergeren van één van beide aandoeningen versnelt het ontstaan en de progressie van de andere.7 Patiënten met CNI stadium 3 of hoger hebben een twee keer zo hoog risico op hartfalen of op sterfte door cardiovasculaire oorzaken.8
De progressie van CNI kan leiden tot eindstadium nierfalen met ureumvergiftiging. In dit stadium van de ziekte is dialyse noodzakelijk als het nierfalen aanhoudt.9
Economisch gezien nemen de kosten voor de zorg van CNI en de complicaties exponentieel toe naarmate de ziekte vordert. De kosten van dialyse, niertransplantatie, en hun complicaties vertegenwoordigen 2 tot 3% van het jaarlijkse budget voor gezondheidszorg in landen met een hoog inkomen.3,14